| |
Neil Postman: Technopoly
Over onderwerping aan technologie
Belangrijke uitvindingen veranderen culturen en menselijke samenlevings-verbanden, soms
op een dramatische manier. De tijd dat een marskramer de verhalenverteller was met
nieuws uit omliggende dorpen ligt ver achter ons.
In de vorige eeuw waarschuwde
mediacriticus Neil Postman voor sluipende gevaren die elke oprukkende nieuwe
technologie met zich meebrengt. De introductie van de mechanische klok buiten
het kloosterleven, het schrift, de drukpers, radio, televisie en de computer
zijn voorbeelden van technologieën die sociale structuren en denkprocessen
ingrijpend hebben veranderd. Maar als mensen bereid zijn hun cultuur volledig
te onderwerpen aan nieuwe technologie zoals Kunstmatige Superintelligentie,
dan is dat toch een ander verhaal. Postman is in 2003 overleden. Op de
drempel van dit nieuwe tijdperk nodigt hij mensen uit om stil te staan bij
zijn kritische toekomstbeelden.
In 1985, toen de invoed van de televisie op de samenleving en op de diepgang
van gevoerde discussies al merkbaar werd, verscheen Postmans boek We Amuseren
Ons Dood (Amusing Ourselves to Death). Hij verdedigt de stelling dat de
toekomstvisie uit 1984 van George Orwell (Big Brother Is Watching You) een
geduchte concurrent heeft: de toekomstvisie uit Brave New World van Aldous Huxley.
In die toekomst zullen mensen drugs gebruiken (soma), als klonen hun onderdrukking
omarmen en technologie aanbidden die hun eigen denkvermogen buitenspel zet.
Orwell beschrijft een totalitaire samenleving waarin censuur heerst, verzet met
geweld wordt neergeslagen, boeken verboden, informatie achtergehouden, waarheid
onderdrukt. Maar Huxley voorziet een samenleving waarin een verbod op boeken niet
nodig is, omdat niemand die wil lezen. Mensen verliezen zichzelf en elkaar in een
zee van betekenisloze informatie. Ze kiezen hun eigen ondergang door zich te laten
verdoven, afleiden en vermaken. Ze zullen niet eens meer kunnen begrijpen wat
diepgang in discussies en warme menselijke relaties eigenlijk zijn.
In 1992 schreef Neil Postman het boek Technopolie: De Overgave van Cultuur aan
Technologie. Hij legt uit dat nieuwe technologie niet alleen de introductie van
nieuwe woorden met zich meebrengt, maar ook dat de betekenis van bestaande woorden
verandert zonder dat mensen dat beseffen. Informatie, waarheid, de wet, intelligentie,
wijsheid, nieuws, vriendschap: de woorden klinken nog steeds hetzelfde, maar krijgen
steeds een andere betekenis.
Wie de nieuwe technologie snel professioneel kan gebruiken, vormt een soort elite
groep die onverdiende autoriteit, prestige en beloning vanuit de maatschappij
ontvangt, waarschuwt Postman. Bovendien vergeten mensen vaak dat een communicatiemiddel
bepaalt hoe mensen naar de wereld kijken en met elkaar omgaan. Een mens met een
camera kijkt door zijn lens en ziet de wereld in beelden. Een mens met een computer
ziet data, heel veel data.
Elk indringend nieuw medium valt zijn voorgangers aan: het alfabet viel het schrift
in pictogrammen aan, de drukpers versloeg de artistiek geïllustreerde manuscripten,
de fotografie was een aanval op de schilderkunst en de televisie was een aanval
op het geschreven woord. 'Als media onderling oorlog voeren,' zegt Postman,
'dan gaat het om wereldbeelden die met elkaar op de vuist gaan.'
Mensen geloven vaak
dat een nieuwe technologie alleen maar iets toevoegt, vervangt of weglaat, en
doorzien fundamentele, ingrijpende veranderingen niet. Een directielid van
Facebook heeft ooit toegegeven dat Facebook traditionele sociale netwerken
compleet heeft vernietigd.
Traditionele culturen gebruiken gereedschap. De waardigheid en integriteit van deze
culturen wordt niet aangetast door het gebruik van die handige hulpmiddelen. Maar
in een technocratie verandert de aard van een cultuur door de introductie van nieuwe
uitvindingen, zoals de mechanische klok, de drukpers, de telescoop. Het leidend
wereldbeeld in een technocratie is: kennis is macht. Hoe meer kennis, informatie,
data, hoe beter. Banden met tradities, zowel politiek als spiritueel, worden losser
of zelfs losgelaten. Samenlevingsverbanden worden meer gemechaniseerd en
onpersoonlijker.
Traditionele samenlevingsvormen en technocratische hebben eeuwen naast elkaar bestaan.
Ze waren niet altijd met elkaar in gevecht, het was soms wat ongemakkelijk, maar
ze hebben elkaar tot nu toe niet volledig uitgesloten. Wat Postman technopolie
noemt, is totalitaire technocratie. Hij verwijst hierbij naar de methode van
onderwerping van Huxley: oude werkwijzen en groepsverbanden worden niet illegaal,
zelfs niet eens impopulair: ze verdwijnen uit het zicht. Ze verliezen hun betekenis.
Huxley beschreef de opkomst van de lopende band, de auto-industrie van Henry
Ford als een eerste omslagpunt van technocratie naar technopolie: het zielloos
en efficiënt beheren van menselijk kapitaal.
Vanuit technocratisch management is het onvoorwaardelijke vertrouwen in de wetenschap
ontstaan, dat eerder een dogmatisch geloof of godsdienst is dan een inzicht.
Het geloof in vooruitgang, het techno-optimisme, is al lang geleden geboren.
Hier zit het onzinnige idee aan vast dat onze problemen worden veroorzaakt door
informatiegebrek en dat nog meer informatie onze problemen gaat oplossen.
'Komen er mensen om van de honger', vraagt Postman, 'omdat we niet weten
hoe we voedsel moeten verbouwen? Is het aantal echtscheidingen zo groot omdat er
sprake is van informatiegebrek?'
Informatie is afval geworden, dat menselijke denkprocessen verstoort. Onsamenhangende
informatie-overload werkt verwarrend in plaats van verhelderend. Online clickbait
'nieuws' in hapklare brokken is de standaard geworden. In organisaties worden
informatiestromen gereguleerd via protocollen die nuance en oog voor detail in
menselijke omgangsvormen vernietigen. In een technopolie is efficiëntie het
toverwoord: informatie en ideeën die niet bijdragen aan efficiëntie worden
genegeerd.
De vraag is of onze samenleving nog in staat is tot het voeren van diepgaande
groepsdiscussies, die geen schijndiscussies zijn. Dat wil zeggen dat ze kunnen
leiden tot het omver werpen van deze technopolie in wording. Kunnen we nog
voorkomen dat 'wij gebruiken AI om dit te berekenen' opeens betekent:
'AI heeft dit berekend'?
9 april 2026
Home
|
|